Beschrijving FFT fasen
LFFT is begin ’70-er jaren ontwikkeld voor gezinnen met jeugdige delinquenten, als alternatief voor toen bestaande meer individueel gerichte interventies waarbij gezinnen van jeugdigen met gedragsproblemen vaak gezien werden als ongemotiveerd en niet bereid tot meewerken aan gedragsverandering. Cruciaal voor het succes van FFT is dat het gezin de cliënt is en niet de jongere met zijn of haar gedragsproblematiek. Uitgangspunt van FFT is dat, door een verandering aan te brengen in de wijze waarop het gezin met elkaar omgaat, met elkaar problemen oplost en conflicten hanteert, het probleemgedrag van de aangemelde jeugdige afneemt, evenals eventueel reeds aanwezig of te verwachten toekomstig probleemgedrag van andere kinderen in het gezin.
FFT als gezinstherapeutische interventie is aantrekkelijk vanwege de duidelijke fasering die de therapie structureert en het mogelijk maakt voor therapeuten om te focussen op bepaalde uitkomsten in de context van complexe gezinsproblematiek. Elke fase bevat specifieke doelen, interventietechnieken en therapeutische vaardigheden die nodig zijn voor succes. De belangrijkste vernieuwing die FFT aanbrengt, is dat een daadwerkelijke gedragsverandering binnen het gezin vooraf gegaan wordt door een verbinding- en motiveringfase.
1. In de verbinding- en motiveringfase is het primaire doel voor de therapeut het begrijpen en doorbreken van de weerstand die aanwezig is binnen een gezin, en daarmee het motiveren van het gezin voor gedragsverandering. Dit doet de therapeut door de aanwezige machteloosheid te verminderen die zo vaak kenmerkend is voor deze gezinnen. In plaats van hierdoor afgeschrikt te worden of deze te negeren erkent FFT deze krachtige emoties en zet ze om in betrokkenheid en motivatie door respect, sensitiviteit en positieve herbenoeming van het probleem. Dit mondt uit in de gezamenlijke formulering van een gezinsthema, waarbij voor alle gezinsleden duidelijk is welke bijdrage zij kunnen hebben in het zodanig met elkaar omgaan dat dit leidt tot een vermindering van het probleemgedrag van de jongere. Dit kan alleen als de therapeut erin slaagt met alle gezinsleden een gelijke verbinding aan te gaan waarbij de therapeut elk gezinslid erkent in zijn of haar positieve intentie, maar datzelfde gezinslid ook kan confronteren met eventuele ongunstige effecten daarvan ten aanzien van de omgang met elkaar.
2. In de daarop volgende fase vindt de daadwerkelijke gedragsverandering plaats. Dit doet de therapeut door systematisch die vaardigheden te leren aan alle gezinsleden, die aansluiten bij het aandeel dat zij hebben in de omgang met elkaar. Het gaat hier om het aanleren van communicatievaardigheden, probleemoplossende vaardigheden, conflicthanteringvaardigheden, en opvoedingsvaardigheden. Belangrijk hierbij is dat de therapeut die gedragsverandering nastreeft die haalbaar is voor het gezin in zijn geheel. Beter één of twee binnen het gezin passende vaardigheden aanleren dan meer, maar niet passende vaardigheden aanleren.
3. In de laatste fase, de generalisatiefase, is het belangrijkste doel voor de therapeut het uitbreiden van de aangeleerde vaardigheden van het gezin in hun geheel naar terreinen buiten het gezin zoals school, en het voorbereiden van het gezin op het omgaan met nieuwe problemen. Daarnaast is de therapeut er verantwoordelijk voor om het gezin toegang te verschaffen tot andere voorzieningen en hulpbronnen die het gezin nodig heeft. Dit kan om hulpbronnen gaan binnen de eigen familie- of vriendenkring, of andere vormen van hulpverlening of ondersteuning die nog nodig zijn.

Figuur 1. Functional Family Therapy Klinisch Veranderings Model
(Met toestemming van J. Alexander vertaald en overgenomen van 1. the three phase figure of FFT Sexton, T. L., & Alexander, J. F. (2002). Functional Family Therapy: An empirically supported, family-based intervention model for at-risk adolescent and their families. In F. Kaslow (Ed) Comprehensive Handbook of Psychotherapy (Vol. II: Cognitive, Behavioral and Functional Approaches, T. Patterson, Ed.)
|