FFT Nederland - Home  
 
 
  • Foto 1
  • Foto 2
  • Foto 3
  • Foto 4

Onderzoek naar de effecten van FFT in Washington State

Een onderzoek dat voor de toepassing van FFT als gedragsinterventie voor jeugdigen in Nederland extra relevant is, betreft het eerder genoemde onderzoek dat werd uitgevoerd door het Washington State Institute for Public Policy (Barnoski, 2004).
De experimentele groep (n=387) en controlegroep (n=313) bestonden uit jongeren die voldeden aan de indicatiecriteria voor FFT. Om dit te bepalen werd het assessmentinstrument ‘Washington State Juvenile Court Assessment’ (WSJCA) gebruikt. De minimumscores op dit instrument bedroegen:
- gemiddeld of hoog recidive risico, én
- een score van minimaal 6 t.a.v. de dynamische risicofactor ‘huidige leefsituatie’.
Omdat niet alle rechtbanken wilden meewerken aan random toewijzing van jongeren aan de experimentele (FFT) en controlegroep (reguliere begeleiding jeugdreclassering), werden in sommige arrondissementen de jongeren die op de wachtlijst terechtkwamen opgenomen in de controlegroep. (Bij rechtbanken die wel mee wilden werken was de toewijzing wel at random). Hiermee ontstond een ‘pseudo- at random’ toewijzing. Immers, de kans om op de wachtlijst te komen was voor alle jongeren gelijk. Een deel van de jongeren van de wachtlijst kreeg uiteindelijk geen FFT. De controlegroep jongeren kregen begeleiding van de reclassering ‘as usual’. De controle- en experimentele groep zijn op verschillende kenmerken (o.a. recidiverisico) met elkaar vergeleken: er werden geen significante verschillen gevonden.

 

De recidive werd gemeten met behulp van de officiële criminaliteitsregistratie van justitie. In deze registratie worden drie soorten veroordelingen geregistreerd:
- het totale aantal veroordelingen voor overtredingen en misdrijven (misdemeanor and felony recidivism);
- het aantal veroordelingen voor niet gewelddadige misdrijven (felony recidivism);
- het aantal veroordelingen voor gewelddadige misdrijven (violent felony recidivism).
De recidivemeting vond plaats 6, 12 en 18 maanden na afsluiting van FFT. Er werden geen significante verschillen gevonden tussen de experimentele en de controle groep (zie tabel 1).

 

Tabel 1: Recidivisme na 18 maanden bij de controle (n=313) respectievelijk FFT-groep (n=387) t.a.v. achtereenvolgens (1) veroordelingen voor overtredingen en misdrijven, (2) veroordelingen voor niet gewelddadige misdrijven en (3) veroordeling voor gewelddadige misdrijven (Barnoski, 2004).

 

 

 

 De volgende stap in het onderzoek was het analyseren van effectverschillen tussen competente en niet-competente FFT-therapeuten. Het daarvoor ontwikkelde computersysteem van FFT Inc was ten tijde van het onderzoek nog niet beschikbaar; de beoordeling van de therapeuten geschiedde door supervisoren (zonder dat ze uiteraard weet hadden van de effecten van de behandelingen). 16 van de 33 therapeuten werd beoordeeld als competent (competent (8) of zeer competent (8)), 17 therapeuten werd beoordeeld als niet-competent (twijfel (6) of niet competent (11)). Uit vergelijking tussen de groepen jongeren die FFT kregen, bleek dat de jongeren (n=181) die FFT kregen van competente therapeuten bij aanvang van de therapie in lichte mate hoger risico scoorden dan de jongeren (n=206) die FFT kregen van niet-competente therapeuten.
Als we dan kijken naar de recidivecijferes, dan blijkt dat competente FFT-therapeuten significant beter (lagere recidive) scoorden dan niet-competente therapeuten; dit gold zowel voor gewelddadige als niet-gewelddadige misdrijven (zie tabel 2). Bij niet-gewelddadige misdrijven was sprake van een significante recidivevermindering van 38 % (van 27 % naar 17 %), bij gewelddadige misdrijven een significante vermindering van 50 % (van 6 % naar 3 %)

 

Tabel 2: Recidivisme na 18 maanden bij (a) de controlegroep( n=313), (b) uitvoering FFT door niet-competente therapeuten (n=181) en (c) uitvoering FFT door competente therapeuten(n=206) t.a.v. achtereenvolgens (1) aantal veroordelingen voor overtredingen en misdrijven, (2) veroordeling voor niet gewelddadige misdrijven en (3) veroordeling voor gewelddadige misdrijven (Barnoski, 2004).

 

 

 Tot slot hebben de onderzoekers gekeken naar het verloop van de effectverschillen t.a.v. recidive van niet gewelddadige delicten (zie tabel 3).

 

Tabel 3: Recidivisme na 6, 12 en 18 maanden bij de (a) controlegroep, (b) uitvoering FFT door niet-competente therapeuten en (c) uitvoering FFT door competente therapeuten t.a.v. veroordeling voor niet-gewelddadige misdrijven (Barnoski, 2004).

 

 

 

Hieruit blijkt dat de verschillen in effect tussen de controle groep, FFT uitvoering door niet-competente therapeuten en FFT uitvoering door competente therapeuten die zich na 6 maanden manifesteren, na 12 maanden en 18 maanden nog steeds aanwezig zijn en zelfs in iets versterkte mate.

 

Resumerend en concluderend:

  • er zijn aanwijzingen dat FFT leidt tot recidivevermindering bij misdrijven met en zonder geweld;
  • de effectiviteit van de FFT lijkt beïnvloed te worden door al dan niet competente uitvoering van het programma; een kwaliteitssysteem om de uitvoering van de FFT te monitoren is dus onontbeerlijk;
  • onderzoek naar de effecten van de uitvoering van FFT in Nederland is noodzakelijk; het element programma-integriteit (al dan niet competente uitvoering) dient daarbij nadrukkelijk als onderzoeksvariabele meegenomen te worden.

 

 


IJsbaanpad 6, 1076 CV Amsterdam, Tel: 020 8901970, info@fft-nederland.nl De Bascule